In verschillende CIO-rollen liep ik tegen hetzelfde probleem aan: we spraken over IT alsof het één geheel was, terwijl we er heel verschillende dingen onder verstonden. Een netwerk, een integratieplatform en een digitaal loket zijn alle drie technologie, maar ze vragen niet hetzelfde eigenaarschap, budget of sturing.
Drie rollen
De betrouwbare basis: werkplek, connectiviteit, identity, hosting en andere voorzieningen die vooral veilig, stabiel en efficiënt moeten werken.
Gedeelde bouwstenen zoals integratie, data en andere platformdiensten waarop meerdere teams kunnen verderbouwen.
Technologie die rechtstreeks in processen, dienstverlening of producten zit en dus samen met de business moet worden bestuurd.
Wat vooral goed moet werken
Bij facilitaire IT is voorspelbaarheid de waarde. Werkplek, connectiviteit, hosting en basisbeveiliging moeten beschikbaar en veilig zijn, zonder dat elk team daar zijn eigen oplossing voor bouwt.
Centralisatie is hier meestal logisch. Niet omdat alles bij IT hoort, maar omdat standaardisatie en schaal juist in dit domein voordeel opleveren. De CIO en IT-organisatie dragen er dan ook het grootste deel van het eigenaarschap.
Wat door meerdere teams wordt gebruikt
Gedeelde digitale platformen zijn anders. Een integratielaag of dataplatform heeft pas waarde wanneer meerdere teams het gebruiken. De technische oplevering is dus niet het eindpunt.
Daarom kijk ik bij platformen vooral naar adoptie, hergebruik en de snelheid waarmee andere teams ermee kunnen werken. Ook het eigenaarschap wordt gedeeld: IT brengt technische continuïteit en architectuur, de business helpt bepalen waar het platform waarde moet opleveren.
Waar technologie onderdeel van de business wordt
Een digitaal loket, een AI-toepassing of een geautomatiseerd kernproces bestaat niet omwille van de technologie. Het moet een concreet resultaat opleveren in dienstverlening, proces of klantwaarde.
Daar kan IT niet alleen eigenaar van zijn. De business moet mee prioriteren en verantwoordelijkheid nemen voor het resultaat. Federeren betekent daarbij niet dat elk team vrij zijn eigen technologie kiest. Architectuur, data, cybersecurity en gedeelde platformen blijven de gezamenlijke spelregels.
Dat verschil werkt door in de besturing
Als de rol van technologie verschilt, kan de financiering en sturing niet overal dezelfde zijn. Onderstaande tabel vat het verschil samen.
| Facilitaire IT | Digitale platformen | Business capabilities | |
|---|---|---|---|
| Primaire waarde | Betrouwbaarheid en efficiëntie | Schaal en hergebruik | Business outcomes |
| Eigenaarschap | CIO / IT | Gedeeld / platformteam | Business en IT samen |
| Financiering | IT-budget / kostenlogica | Enterprise-investering | Business-investering |
| Sturing | SLA, risico, kosten | Adoptie, hergebruik, snelheid | Waarde, resultaat, klant/process impact |
Data, AI en cybersecurity zijn geen vierde kolom
Data, AI en cybersecurity lopen door de drie domeinen heen. AI kan bijvoorbeeld in interne tooling zitten, als gedeelde capability worden aangeboden of rechtstreeks in een businessproces worden gebruikt. Voor cybersecurity geldt hetzelfde: een deel is centrale basisbeveiliging, een deel zit in de platformkaders en een deel blijft verantwoordelijkheid van de teams die digitale dienstverlening bouwen.
IT en business groeien naar elkaar toe
Het model verandert ook de relatie tussen CIO en business. Bij de facilitaire basis ligt het zwaartepunt bij IT. Hoe dichter technologie bij een concreet businessresultaat komt, hoe meer verantwoordelijkheid de business opneemt.
Dat is geen overdracht van IT naar de business. Beide kanten bewegen naar gedeeld eigenaarschap. Digitale platformen vormen het midden waar dat het duidelijkst zichtbaar wordt.
Waar het in de praktijk vaak misloopt
De frictie ontstaat meestal wanneer organisaties deze drie rollen met dezelfde logica proberen te besturen. Een gedeeld platform belandt volledig in het IT-budget, terwijl de business de prioriteiten bepaalt. Een digitale capability wordt als project opgeleverd, maar heeft daarna geen duidelijke eigenaar. Of teams krijgen meer autonomie zonder gemeenschappelijke architectuur en bouwen opnieuw aparte oplossingen.
Dat zijn voor mij geen losse problemen. Ze wijzen meestal op dezelfde vraag: welke rol speelt technologie hier en hebben we de sturing daarop aangepast?